Station en viaduct voor Randstadrail

Randstadrail is een project voor een nieuwe railverbinding voor het gebied tussen Den Haag en Rotterdam. De verbinding loopt gedeeltelijk over bestaand tram- en treinspoor en wordt aangevuld met nieuwe deeltrajecten. In het centrum van Den Haag, in kantorenwijk Beatrixkwartier, moest een verbinding komen tussen het tramviaduct bij halte Ternoot en de NS-spoordijk nabij station Laan van NOI. Daarvoor is over de lengte van de Beatrixlaan een viaduct gebouwd, met halverwege een nieuw station.

De ruimtelijke buisconstructie van het viaduct volgt de curve die Joan Busquets heeft vastgelegd voor de rooilijnen en de wegen in de Beatrixlaan. Voor de aansluiting op het bestaande tramviaduct over de Utrechtse Baan is de bestaande halte Ternoot verplaatst. Ook voor Ternoot is een volledig nieuwe halte ontworpen.
Over een lengte van vierhonderd meter bestaat het viaduct uit een ruimtelijke constructie van ringen van platstaal met een doorsnede van circa tien meter, door diagonaal geplaatste buizen met elkaar verbonden tot een open buisconstructie. De relatief grote constructieve hoogte van de buis maakt het eenvoudig om grote overspanningen te maken. De constructie wordt gedragen door V-vormige kolommen en biedt ruimte aan twee sporen voor passerende railvoertuigen. Dankzij de grote overspanningen van veertig en vijftig meter staan op maaiveldniveau relatief weinig kolommen. Het zicht op ooghoogte wordt nauwelijks belemmerd, zodat de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt.

Het nieuwe station Beatrixlaan krijgt een middenperron. De sporen buigen uit elkaar ter plaatse van het perron. De ontsluiting van dit type perron is compact; trappen en lift worden door reizigers voor beide richtingen gebruikt. De ruimtelijke vorm van het station volgt uit een combinatie van het alignement en het profiel van vrije ruimte. Dat wil zeggen dat het stationsgebouw precies genoeg ruimte maakt om de railvoertuigen in de ideale curve om het perron te laten rijden. Bovendien is het perron breed waar mensen staan te wachten en smaller ter plaatse van de toegangstrappen.
Ter plaatse van het station bestaat de constructie uit betonnen spoorliggers, waartussen het perrondek wordt opgehangen. Op deze spoorliggers worden ook de spanten gemonteerd die het dak en de glazen windschermen dragen. De ruimtelijke buisconstructie van het viaduct en het station lopen vloeiend in elkaar over.
De overkapping is als dicht deel van de constructie asymmetrisch over het station gepland en volgt de spiraalvorm van de constructie. Railvoertuigen stoppen aan de voorzijde van het perron, ook wanneer ze korter zijn dan maximaal. Aan weerzijden van het perron zal het grootste aantal wachtenden dus diagonaal tegenover elkaar op het middenperron staan te wachten. Daar waar de meeste wachtende reizigers te verwachten zijn, is het overdekte oppervlak van het perron het grootst.

Winnaar: Routepluim 2008

Project: 181