Tijdelijke huisvesting in Post CS, het voormalige TPG gebouw op Oosterdokseiland

Dit artikel is eerder verschenen in het Museum Bulletin van het Stedelijk Museum Amsterdam

Architectenbureau Zwarts & Jansma, van Moshé Zwarts en Rein Jansma, tekenden voor de verbouwing van de tweede en derde verdieping van het voormalige TPG-gebouw tot Stedelijk Museum CS. Doel was om een heldere route voor het publiek te creëren en zo veel mogelijk wanden en ruimte voor het tonen van kunst. Het gebouw moest daarvoor op een aantal punten ingrijpend worden aangepast om het comfort en de veiligheid van de mens en de kunst te garanderen. Het museum heeft geen definitieve vorm aangenomen en zal dat ook niet krijgen. De ruimte staat eenvoudige ingrepen in de verlichting en de wanden toe om zich aan te laten passen aan wisselende tentoonstellingen. Na enkele jaren dienst zal het museum plaats maken voor nieuwe kantoren; architect Erick van Egeraat zal dan volgens de plannen het gebouw tot op het casco slopen om er vervolgens een nieuwe kantoren van te maken.

Rein Jansma licht de verbouwing tot SMCS toe:

We zagen meteen de unieke kans van een tijdelijk museum op deze plek. Het Oosterdokseiland is een plek van verandering, van vernieuwing. Ook het Stedelijk Museum staat, aan het begin van de 21e eeuw, op het punt zich te vernieuwen. Op zo'n dynamische plek in de stad ontstaan voor het museum kansen voor uitdagende combinaties en nieuwe betekenissen. Een prachtige locatie voor een ontmoetingsplek.
Er was bij aanvang eigenlijk geen programma van eisen, dat hebben we al ontwerpend en pratend met elkaar vastgesteld. Er was geen tijd en relatief weinig geld. Het museum aan de Paulus Potterstraat zou per 1 januari 2004 gesloten zijn en hoe eerder het tijdelijke museum klaar zou zijn, hoe beter. We hadden twee maanden, november en december, om te ontwerpen, in januari volgde de aanbesteding en 1 februari is de aannemer begonnen met de verbouwing. Tijdens de planning werd bovendien asbestsanering uitgevoerd, waardoor we de situatie niet eens ter plekke konden bekijken. De aannemers hebben op basis van onze tekeningen moeten calculeren omdat ze de verdiepingen niet mochten bezoeken. Het relatief lage budget hebben we vooral in de museumzalen gestopt, de voorruimten hebben in de besteding van het geld minder voorrang gekregen. In deze ruimten is relatief veel van het karakteristieke oude postgebouw van Elling zichtbaar gebleven.

We werkten in een bestaand gebouw dat bovendien zal worden hergebruikt. Dat stelt randvoorwaarden, zoals de onmogelijkheid om constructieve doorbraken te maken in de middenbeuk van de hoogbouw, die zal blijven staan. Dit heeft onder meer geresulteerd in de rode 'doos' aan de voorkant, waarin de hellingbaan is opgenomen die het hoogteverschil tussen de entree op de tweede verdieping en de museumzalen moet overbruggen. Van die doos hebben we vervolgens ook het uithangbord gemaakt, om bezoekers al van verre te informeren over de locatie van het museum.
Voorzieningen voor het klimaat en de beveiliging hebben een belangrijke rol gespeeld in het ontwerp. De lange voorzetwanden voor de gevels in de museumzalen zijn bedoeld om de warmte in de zomer buiten te houden en vormen een extra schil in het beveiligingsconcept. De angst voor te grote hitte in de zomer heeft ons ook doen kiezen voor lichtlijnen van TL armaturen, want die produceren van alle soorten lampen de minste warmte. De meubelen en de inbouw hebben we gemaakt van het goedkoopste plaatmateriaal wat we konden vinden, rekening houdend met de korte levensduur van het tijdelijke museum.

Qua sfeer hebben we gestreefd naar een museum waarin de kunst alle ruimte krijgt, maar hebben tegelijkertijd de stad de kans gegeven om er binnen te dringen. In de ruim opgezette voorgebieden buiten de museumzalen, de entreehal aan de voorzijde en de coffee-corner aan de spoorzijde, hebben we zo veel mogelijk daglicht en uitzicht gecreëerd. Zelfs op de museumzalen hebben we mogelijkheden gerealiseerd om op een aantal plaatsen uitzichtpunten te maken, zodat de bezoeker zich altijd bewust zal zijn van de omringende, immer dynamische stad. Deze uitzichtpunten kunnen per tentoonstelling verschillen. Echter, het meest spectaculaire uitzicht is op de elfde verdieping te vinden, waar bezoekers rondom van het uitzicht over Amsterdam en omstreken kunnen genieten. Het restaurant op de elfde is rechtstreeks vanuit de museumzalen met de lift bereikbaar.
Wat het resultaat betreft, we zijn bijzonder tevreden over de prachtige ruime zalen. Ook zijn we blij dat we de plafonds van de zalen hebben kunnen ontdoen van de wirwar aan techniek die er tegenaan geschroefd zat. Alleen het absoluut noodzakelijke is blijven zitten. Met name in de zalen onder de tongewelven op de bovenste verdieping van het museum vinden we de hoogte indrukwekkend, ieder bezoek weer.

Opdrachtgever: Client: Amsterdam PMB