Als er ook nog ruimte voor groen en openbare ruimte over moet blijven, is er misschien niet genoeg om de trek naar steden op te vangen. Net als overal op de wereld waar grote steden onder druk staan om nieuwkomers onder te brengen ontstaat ook in Nederland interesse in ondergronds bouwen. Wat is er mogelijk? En wat zijn de gevolgen?

Al zo’n tweehonderd jaar zijn we het gewend om installaties die als gevolg van de technische vooruitgang aan het straatbeeld worden toegevoegd onder de grond weg te moffelen: riolering, netwerken voor water, gas, elektriciteit, telefoon en data. Dat levert bovengronds een opgeruimd beeld op en beschermt de soms kwetsbare leidingen. De ondergrond in Nederland is lang een magische zwarte doos geweest, waarin we lastige zaken wegtoverden.

In de tweede helft van de twintigste eeuw, met de verbetering van de bouwtechniek, werd het mogelijk om ook trein- en autoverkeer op grote schaal onder de grond te laten verdwijnen. Er kwamen auto- en spoortunnels. Amsterdam en Rotterdam kregen een bescheiden metronetwerk.

In de 21ste eeuw blijkt de trek naar de steden alleen maar te groeien. Er wordt nieuwbouw gepleegd, de hoogbouw komt terug en voormalige industriële complexen en gebieden worden omgevormd om meer mensen te laten wonen, werken en recreëren op dezelfde bescheiden oppervlakte.

Onder water

Wie naar Amsterdam vanuit de lucht kijkt valt het op, dat het historische centrum en de negentiende eeuwse rand eromheen doorsneden zijn met grachten en vaarten, aan weerszijden van de rivier de Amstel. Dat is een enorm oppervlak, grofweg een miljoen vierkante meter.

In 2010 ontwikkelde het architectenbureau ZJA in samenwerking met Strukton het plan om de grachten en waterwegen van Amsterdam tot op grote diepte (ongeveer 18 meter) te ondertunnelen en ruimte te scheppen voor transport en parkeren, maar ook voor faciliteiten die de stad nodig heeft: sportscholen, bioscopen, theaters, tennisbanen. Dit plan voor een netwerk van ondergrondse ruimten onder de grachten van Amsterdam, dat AMFORA heet (Alternatief Multifuntionele Ruimte Amsterdam) biedt bijkomende voordelen, zoals toegankelijke en onderhoudsvriendelijke ruimte voor kabels en leidingen en plek voor installaties om aardwarmte te gebruiken en energie op te slaan met warmte-koudepompen. Bovendien krijgen de waterwegen nieuwe kademuren. Maar het voornaamste is dat de kwaliteit van de stad bovengronds enorm kan worden verbeterd. Daar ontstaat meer ruimte voor fietsers, spelende kinderen, voetgangers en groen. Door zes lagen extra vierkante meters te scheppen is het economisch gezien een realistisch plan.

De afgelopen jaren werden vingeroefeningen voor deze aanpak gerealiseerd. Zoals de Albert Cuyp-parkeergarage die werd gebouwd onder het water van de Boerenwetering in Amsterdam, naar een ontwerp van ZJA. Ook met de diepe stations van de Noord-Zuidlijn van de Amsterdamse metro werd ervaring opgedaan in ondergronds bouwen.

Lees het volledige artikel: De ontdekking van de ondergrond - Land+Water (pdf)

Dit artikel van Dirk van Weelden is in december gepubliceerd in Land+Water.