Zelf beweert hij dat het een beetje toevallig was dat hij bouwkunde aan de TU Delft ging studeren. Aanvankelijk dacht hijzelf meer in de richting van industrieel ontwerp, auto’s of schoenen. Want auto’s, fietsen en vliegtuigen tekenen deed hij van jongs af aan. Maar hoe meer hij van bouwkunde te weten kwam, hoe boeiender hij het vond.

‘Ik had in Delft vooral veel theorie verwacht, maar we gingen meteen ontwerpen, modellen maken, samenwerken. Toen ik eenmaal mijn master deed en bij de vakgroep Hyperbodies kwam was ik echt in mijn element. Ik kan me helemaal verliezen in werken aan parametrisch design, dat heb ik met heel weinig dingen, dat ik vergeet te eten bijvoorbeeld.’

Zijn afstudeerproject ging over de renovatie en herbestemming van de drie leegstaande kantoortorens aan het Marconiplein in Rotterdam als integratie-woningen voor Syrische vluchtelingen. Na twee jaar bij een bureau in Leiden dat veel infrastructuur deed, kwam hij bij ZJA werken, precies in de maand dat de covid-pandemie de wereld lamlegde.

 ‘Die eerste periode was behoorlijk vreemd, maar inmiddels is de situatie genormaliseerd. Het leukste vind ik visualisaties maken en sfeerbeelden. “Zowel met collega's als in mijn eigen tijd verken ik graag de rol van de architect bij het vormgeven van virtuele omgevingen, waar je iets kunt presenteren of elkaar ontmoeten. Ik heb onlangs meegedaan met een prijsvraag zelfs.’

In zijn vrije tijd gaat hij graag een potje tennissen met zijn vriendin en maakt hij elektronische muziek. Hij hoopt ooit nog eens iets te doen met de combinatie architectuur en muziek.