Een bezienswaardig icoon van de Nederlandse Waterstaat

De noord- en zuidpier bij IJmuiden steken als de armen van een wachtende moeder de zee in, klaar om zeeschepen te verwelkomen. De sluizen erachter nemen de schepen op in die andere wereld van het binnenwater, zodat ze de Amsterdamse haven kunnen bereiken. Al 125 jaar liggen hier sluizen die daarvoor zorgen, de nieuwe sluizen worden steeds breder en langer. Het binnenlaten van zeeschepen gebeurt in een landschap van strand en duinen, polders en dijken, maar ook met de machtige Tata-Hoogovens staalfabriek en een hemel vol stijgende en dalende vliegtuigen. De sluizen bij de ingang van het Noordzeekanaal zijn een belevenis, die het afwisselende landschap koppelt aan de indrukwekkende aanblik van de reusachtige zeeschepen en het waterbouwkundige vernuft van de sluizen. Veel Nederlandser kan een bezienswaardigheid niet zijn, zeker niet als je er met een picknickmand naar toe fietst op een mooie dag.

Een nieuwe sluis

De Amsterdamse haven groeit en de omvang van zeeschepen blijft toenemen. Een nieuwe en vooral grotere zeesluis was noodzakelijk. In dit ontwerp van H+N+S landschapsarchitecten en ZJA Zwarts & Jansma Architecten worden een technisch hoogstaande sluis, 500 meter lang en 65 meter breed, en het daarbij horende technische en bediengebouw geïntegreerd in het landschap en ingericht als een uitnodigende recreatieve omgeving. De noodzakelijke machinerie en onderhoudsruimtes van de sluis zijn verwerkt in de kades van het sluisplateau, zodat zicht en toegang maximaal blijven. Daarom is ook het bediengebouw passend robuust, maar bescheiden en functioneel van vormgeving. Het is een stoer en zelfvoorzienend gebouw. Veel aandacht is besteed aan de indeling van de ruimte rondom de sluis, waar de ruime picknick voorzieningen met fietsenrekken, houten banken, brede zebrapaden en stevige maar elegante afzettingen een ontspannen, veilige en comfortabele omgeving scheppen voor fietsers en voetgangers.

De machine en het landschap

Rondom de sluis zijn drie uitgestrekte groene grasvlakten bedacht, die een overgang van het water naar het sluizenlandschap bewerkstelligen. Alle drie die gebieden zijn hellingen van wilde grassen afgeboord door steenbestorting, waarboven betonnen plateaus zijn aangebracht. In dit ontwerp draait het om het groene en open karakter van het landschap te combineren met de zoveel mogelijk onbelemmerde toegang van fietsers en voetgangers tot het spektakel dat het sluizencomplex te bieden heeft. Dat wat er technisch voor nodig is om de reusachtige schepen tussen de velden door naar de haven te laten varen is zoveel mogelijk verborgen of vormgegeven in een sobere, robuuste en functionele stijl. Op die manier past de nieuwe zeesluis in dit gebied, dat de bühne is waarop een heuse show wordt opgevoerd: hoe de wereldmarkt in de gedaante van gigantische drijvende pakhuizen, over de woeste verlatenheid van de oceaan dit kleine, vlakke land binnenvaart. Helemaal in stijl, dat wil zeggen, heel Nederlands om dat zo te ontwerpen dat dat allemaal schijnbaar moeiteloos, storingsvrij, veilig, zonder grote verstoring van het landschap en maximaal toegankelijk voor het publiek gebeurt.

Klant: Sluiswachter (Heijmans, Jan de Nul en Besix)
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Landschapsarchitect: H+N+S Landschapsrachitecten
Aanbesteding: 2015

Project: #800