Nieuws

Boekpresentatie en lezing ZJA 35 jaar

Op 4 juni was de Hortus Botanicus Amsterdam het toneel voor de (wegens weersomstandigheden in januari uitgestelde) boekpresentatie 'ZJA 35 jaar'. In de sfeervolle setting van de Oranjerie blikten we samen met onze opdrachtgevers en partners terug op 35 jaar onderzoekend, vernieuwend en betrokken ontwerpen. Een mijlpaal waar we bijzonder trots op zijn — en die alleen mogelijk is dankzij de vele waardevolle samenwerkingen die we door de jaren heen hebben opgebouwd. Met een geslaagde boekpresentatie en een inspirerende blik op de toekomst, de opengestelde Klimatenkas, mooie gesprekken en een smaakvol walking dinner kijken we terug op een avond waarop alles samenkwam. 

 

Verbinding en inspiratie

Carlien Blok, directeur van de Hortus, nam ons mee op een tijdreis door de geschiedenis van de publiekstuin — tot aan de door ZJA ontworpen en recent vernieuwde Klimatenkas. Een mooie verbinding tussen verleden, heden en toekomst. Een bijzonder moment was de uitreiking van het eerste exemplaar van het jubileumboek aan Spoorbouwmeester Daan Zandbelt, die het boek vergezeld van betrokken woorden over de publieke betekenis van infrastructuur in ontvangst nam.  De avond kreeg extra verdieping door de inspirerende lezing van schrijver Dirk van Weelden. Lees hieronder zijn hele verhaal.

Lezing Dirk van Weelden - Tips voor de toekomst

Bij de presentatie van het boek 'ZJA 35 jaar' in de Hortus Botanicus Amsterdam was Dirk van Weelden, de schrijver van de teksten in het boek, gevraagd een lezing te houden over het maakproces. Hij koos ervoor zijn observaties en gedachten over de identiteit van ZJA met de aanwezigen te delen en te vertalen in tips voor de toekomst.

"In 1991 leerde ik Rein Jansma kennen, als kameraad-computer-pionier van Willem Velthoven met wie ik destijds het blad Mediamatic maakte. Via een toneelstuk dat ik schreef voor het theatergezelschap van Rein’s vrouw Maartje Nevejan raakten we bevriend. Mijn lief, Annemie ging in 2007 voor ZJA werken. Ik belandde in de jaren daarna in de rol van een huisschrijver die soms bijdraagt aan aanbestedingen, projectteksten maakt en de teksten in de bureauboeken schrijft. Zoals dit jubileumboek. Wat ik in die gevallen doe is dienend: vragen stellen en zo pakkend en helder mogelijk formuleren wat het Waarom en Hoe achter de ontwerpen is. Nou ben ik opgeleid als filosoof en werd daarna, bijna veertig jaar geleden, een schrijver van romans, verhalen en essays. Mij leek dit jubileummoment de uitgelezen gelegenheid om een keer uit mijn rol te stappen. Om hardop verder te denken, op eigen houtje. 

Ik begin hier. Als je de kortste formulering zoekt die de eigenheid beschrijft van de ontwerppraktijk van ZJA dat is dat ongeveer dit: de overtuiging dat je moet spelen om je plicht als architect goed te kunnen vervullen. Dat zijn een paar dingen tegelijk, laat me dat uitpakken. Eerst is er het idee dat architectuur begint bij het zoekend, experimenterend verkennen van materiaal, geometrie en constructie-mogelijkheden. Wortelend in een onbevangen, misschien wel kinderlijke plezier van de interactie met het onbekende.

Maar de architectuur is voor ZJA ook een spel met de opdracht: het beste ontwerp ontstaat als je de waarneming, de verzwegen vooronderstellingen van de opdracht bevraagt, uitdaagt, uitbreidt, negeert en soms zelfs omkeert. Allebei de soorten van spel die bijdragen aan de kwaliteit van het ontwerp doen dat door avontuurlijk af te wijken van wat doelmatigheid, conventie, de heersende mening en de traditie voorschrijven.

Dat onderzoeken, vragen en spelen is geen doel op zichzelf. Er bestaat zoiets als de plicht van de architect. Het is uiteindelijk de bedoeling dat het leidt tot goede architectuur en die is bij ZJA gebaseerd op de overtuiging dat het een dienende kunstvorm is: de resultaten zijn geen autonome Kunst. Ze bestaan niet ter meerdere eer en glorie van de ego’s van de architecten en al helemaal niet om de mythe van een Merk of een Stijl in het leven te roepen. ZJA produceert ruimtelijke en technische ontwerpen die de maatschappij dienen. Preciezer gezegd: ze maken het dagelijks leven duurzamer, comfortabeler en veiliger voor de massa gewone mensen die per auto of het openbaar ervoer reizen naar hun werk of familie, die naar een concert of voetbalwedstrijd gaan, die gaan sporten of een uitje maken en hun auto kwijt moeten.

In deze typering past het heel goed dat ZJA werkt vanuit een enthousiast techno-optimisme, dat is de overtuiging dat techniek en industrie de mensheid heil brengen. Daar zijn na 35 jaar wel kanttekeningen bij te maken. Een doof en blind, ongekwalificeerd techno-optimisme is het nooit geweest. Het heeft weinig weg van de huidige pseudo-religieuze, wensdenkerige en gewetenloze Californische variant. Bij ZJA beseft men hoe weerbarstig en ongrijpbaar de materie kan zijn. Hoeveel onvoorziene schadelijke nevenwerkingen en complicaties een technische ingreep kan hebben. Techniek en wetenschap vormen een altijd onzeker en onvolledig kennisproces. Maar ook de dagelijkse werkelijkheid en de impact op de natuurlijke omgeving leggen genadeloos de blinde vlekken en beperkingen van technologie bloot.

Al vroeg gaven de wetenschappelijke inzichten in de klimaatverandering en de biodiversiteitscrisis ZJA aanleiding tot research in duurzame, circulaire en ecologisch kwalitatieve oplossingen. Oftewel: technologie en industrie zijn ook onderdeel van de problemen die we als mensheid hebben en leveren niet automatisch de oplossing. Dat vereist een kritische en innovatieve houding ten opzichte van de toepassing van nieuwe technologie. ZJA praktiseert een zelf-kritisch technooptimisme. Wat ZJA bijzonder maakt is dat er bewust tussen de 10 en 15 procent van de beschikbare tijd en arbeid van de medewerkers besteed wordt aan wat je research, spel en experiment kunt noemen. Wat cynici zullen aanmerken als spielerei of overbodige luxe, noemden Rein, Rob en Reinald toen ik ernaar vroeg de humus, de vruchtbare bodem, waaruit de onderscheidende kwaliteit van de ZJA ontwerpen kan ontkiemen en opbloeien.

Wie achterom kijkt ziet daar schitterende voorbeelden van. De expositie in Arcam puilde uit van probeersels, proefjes, intuïtieve modellen. Soms leidde het tot weinig. Soms kwamen er werkelijke vondsten uit, patenten zelfs, en soms vulden de resultaten op een schitterende manier het ontwerpproces aan. 

Ik heb door het maken van dit jubileumboek nagedacht over de samenstelling van de humus waaruit de bijzondere biotoop is ontstaan die ZJA heet. Waaruit bestaat die kiemgrond waarover Rein, Rob en Reinald spraken? Eerst natuurlijk uit de vakkennis, het bouwkundige vernuft dat bij de medewerkers aanwezig is. Dan uit geometrische speculatie, materiaal-experimenten, en de verwerking van observaties van natuurlijke processen of studies naar antieke bouwsystemen. En ten derde uit de fysieke proeven, op schaal meestal. Zo komen er al praktischer zaken in beeld. Zoals Reins virtuositeit aan de draaibank en met de lasersnijder. Hoe hij naar de patronen in stuifduinen keek. Of de combinatie van wiskundig inzicht en handigheid met de naaimachine van Jack Bakker. Of de koppige nieuwsgierigheid van Rob naar de manieren om de draagkracht van aangestampt zand te testen en verbeteren.

Met de vernieuwing en verrijking van het constructieve deel van jullie humus zit het wel goed. Onderzoek en experiment op dat gebied krijgen ruime aandacht. Jullie horen bij de meest vooruitstrevende architectenbureaus als het om parametrisch ontwerpen, de inzet van generatieve algoritmes en modelleersystemen gaat. Ook de kennis van materialen en technisch ontwerp nemen snel toe. Maar bij het werk aan het jubileumboek werd ik getroffen door de grote betekenis van al de niet-technische elementen in de ZJA-humus. Mijn bijdrage vandaag is om daar aandacht voor te vragen.

Ik zei: goede architectuur vinden door te onderzoeken, te spelen. Dat andere spel, het vermogen het spel met de opdracht te spelen, vragen te blijven stellen, de gebaande paden te verlaten, - die speelse dwarsheid- , komt niet uit te lucht vallen. Zulke eigengereide, soms lastige energie is meer dan een karakter-eigenschap of gewoonte. Het is een mentaliteit, die ook historische, maatschappelijke wortels heeft. Moshé was het kind van een idealistische Amsterdamse timmerman in de crisisjaren. Hij werd geboren in Haifa, maar het gezin keerde terug naar Amsterdam in 1939, teleurgesteld in het zionisme. De deportatie naar Bergen Belsen, de traumatische ontvangst bij terugkeer in Amsterdam, de dwingende sfeer van de wederopbouw. Dat waren allemaal ervaringen die hem strijdbaar, eigenzinnig, dwars, inventief maakten.

In de ZJA Humus zijn ook sporen te vinden van het feit dat Rein de zoon was van een uit Nederlands Indië afkomstige wiskundige met groene vingers en een veel oudere vader die politiek activist en timmerman/kunstenaar was. Een vriendenkring van ontwerpers en uit uitvinders. Een milieu waarin het niet onlogisch was een onverzettelijk autodidact te worden. Rob bevrucht de ZJA humus met zijn achtergrond in een bouwende familie uit Ankeveen, zijn liefde voor het landschap daar en zijn opleiding als beeldhouwer. Reinald brengt de pioniersgeest van de boeren in de Wieringermeer in.

Niemand kan uitrekenen of bewijzen hoe, maar ook deze zaken vormen micro-organismes in de ZJA-humus: Dat Ralph zich laat inspireren door landschappen en de anatomie van vogels, dat Kay timmert aan een boot, dat Erik’s verwondering niet ophoudt bij de architectuur, maar ook geldt voor de onbegrepen mogelijkheden van het menselijk lichaam in sport.

Het zijn al die elementen die als vanzelf lijken te komen, een cadeau via de mensen. Het gaat om persoonlijke, culturele en maatschappelijke ervaring en vaardigheden. Denk dus ook aan ervaring met het maken van dingen, met gereedschap. Ervaring met technische en industriële productieprocessen en de mensen die daar rondlopen. En er is meer dat op onwaarschijnlijke, onvoorziene manieren bijdraagt aan de humus van ZJA: actieve kennis van beeldende kunst, muziek, dans, van de natuur op allerlei plekken op aarde, de meest uiteenlopende geschiedenissen, culturen en talen. Er lopen zo’n vijftien nationaliteiten rond op kantoor.

Ik loop rond bij ZJA en denk wel eens, ze beseffen maar half hoe bijzonder en rijk ze zijn. ZJA is ontstaan uit een onwaarschijnlijke samenwerking, en bestaat nog steeds uit een mix van uitersten en elkaar vreemde werelden. In die geest is het een plek geworden die ruimte biedt aan mensen die dienende architectuur willen ontwerpen op basis van een spelende en onderzoekende omgang met het onbekende, het onwaarschijnlijke. Er bestaat enorm veel kennis en ervaring bij de mensen die bij ZJA werken die nog maar deels bekend zijn en onbeproefd zijn gebleven.

Het lijkt om persoonlijke eigenaardigheden te gaan, maar ze zijn veel meer dan dat. Het gaat om vormen van kennis en ervaring waarvan nog onbeproefd is hoe ze het ontkiemen van ontwerpen kunnen stimuleren. Actief op zoek gaan naar de mogelijkheden van wat je nog niet weet, dat is de kern van echt onderzoek. Dat doe je omdat je verwacht iets te hebben aan nieuw inzicht, kritische vragen. Aan wat er is te vinden is voorbij datgene wat geldt als nuttig, doelmatig, profijtelijk en technisch-mogelijk. Die gedachten en kritische observaties vallen niet uit de lucht, die komen op in mensen. En echt niet in iedereen of willekeurig wie.

Hoe ziet dat er praktisch uit, het actief waarderen van die niet-technische levensvormen in de humus? Om te beginnen: alle zittende en nieuwe medewerkers uitnodigen hardop te formuleren wat ze denken zodat ze hun heel specifieke ervaring, vaardigheden en culturele achtergrond kunnen toevoegen aan het onderzoek en experiment, die in de ZJA-humus plaatsvinden. Als er in de toekomst ontworpen dient te worden voor omgevingen die bestand zijn tegen noodsituaties en oorlog, dan heb je aan een computational designer die opgroeide in bijvoorbeeld Oekraïne, een banlieu, een township of kraakpanden misschien meer dan aan eentje die opgroeide in een twee-onder-een-kap in Rijswijk. Als je gebouwen met meervoudige publieke functies ontwerpt zou je wel eens iets extra’s hebben aan mensen die bv uit Afrika of India komen. Vanwege hun ervaring met tijdelijke structuren, de interactie tussen verschillende groepen in gedeelde omgevingen. Zij weten iets wat jij niet weet, ze kennen voorbeelden, tradities en architecten die jij niet kent. Tenminste, als je ze daar op aanspreekt, ze uitnodigt en op uitzoekt. Zo’n nieuwe kijk op de humus vraagt erom dat je een intitiatief neemt om die te onderhouden en activeren. Al die niet-technische, niet vakmatige ervaring kan waardevolle expertise blijken te zijn. Je weet alleen niet meteen hoe. Jullie eigen verleden leert jullie hoe waardevol dat is. Bovendien is het ontdekken ervan een spel dat mensen een hechtere groep maakt, een beter team. Misschien dat dat spel soms leidt tot het projectmatig inschakelen van ecologen, antropologen, of het uitnodigen van kunstenaars, filosofen of historici bij het verzamelen van feedback op opdrachten en eerste schetsen. Bij het bevragen van opdrachten. Misschien betrekken jullie er designers en kunstenaars erbij die vreemde materialen onderzoeken en denken als uitvinders.

Wat vraagt de toekomst van ZJA? Dat die zelfkritische vorm van techno-optimisme koers houdt. Dat al het modelleren, ontwerpen en bouwen ook werkelijk de mensen, hun leefomgeving en het herstellend vermogen van de natuur ten goede komen en niet averechts uitwerken. Dat is een enorme klus. De toekomst vraagt dus om een heel vruchtbare ZJA humus. Die blijft niet automatisch in stand. Die vraagt om zorg en voeding, vernieuwing. Om de juiste mensen. Wat voor mensen zoek je? Mensen die vernuftelingen zijn en bijdragen aan briljante ontwerpen van bruggen, stations, zwembaden en stadions. Mensen die erin slagen de ervaring en de pijn van hun voorouders, de oneindige verwondering over planten en dieren, de praktische intelligentie van ogen en handen, de spelende en verwonderde blik van een uitvinder, een muzikant of kunstenaar, en het verlangen de maatschappij te dienen, om te zetten in goede architectuur. Het zijn mensen die architectuur maken voor mensen."

© Dirk van Weelden 2026

Gerelateerd

Nieuws

ZJA bestaat 35 jaar!

Begonnen aan het Gein, met uitzicht op de koeien. En na een aantal omzwervingen neergestreken op de Pedro de Medinalaan, uitkijkend over…

Lees meer
Nieuws

Expositie ZJA 35 jaar bij Arcam

De komende maanden viert ZJA Architects & Engineers haar 35-jarig jubileum met een verrassende overzichtstentoonstelling bij het…

Lees meer
Project

Vernieuwing Klimatenkas Hortus Botanicus Amsterdam

Herkenbaar en zichtbaar duurzaam

De blikvanger van de Amsterdamse Hortus is begin jaren 90 ontworpen door architectenbureau ZJA, als een  eigentijdse constructie van staal…

Lees meer
Expertise

Vormonderzoek

De grenzen van je eigen geest voorbij

Architectenbureau ZJA is van oudsher een bureau met een uitvindersmentaliteit. Avonden lang zaten oprichters Rein en Moshé aan de…

Lees meer