Het werk van Nam June Paik, ontstaan in de afgelopen vijftig jaar, omvat installaties, video, televisie, film en performances. Voor het tentoonstellen van deze verschillende kunstvormen ontwierp Zwarts & Jansma een nieuw museum met zalen speciaal geschikt voor Paiks oevre. Het nieuwe museum fungeert eveneens als stimulans voor de culturele toekomst van Korea.

Paik is tijdens zijn kunstenaarsschap vele samenwerkingsverbanden aangegaan die vooruitstrevende kunstwerken hebben opgeleverd. Die samenwerkingsverbanden zijn aanleiding voor ons bureau om samen met Paik een museum te willen ontwerpen, waarin ruimte en kunst elkaar kunnen uitdagen. Paik maakt vaak meerdere varianten op zijn kunstwerken, soms pas jaren na de eerste versie. In het ontwerp voor het museum is zowel plaats voor bestaande objecten als ruimte voor Paik’s herinterpretaties.

Het museum biedt plaats aan de verschillende fases in Paiks oeuvre. Een installatie op het voorplein verwijst naar het werk uit de jaren ’70, waarin televisie centraal stond: TV Buddha, TV chair, TV garden, Magnet TV, etc. In een constante loop van film en projectie, waarin de bezoekers worden betrokken, kijkt Buddha naar zijn eigen projectie. De bezoeker wordt zo betrokken bij de ervaring en de belevingswereld van TV Buddha.
Een lange, gebogen wand langs de trap is in te richten als videowall en biedt plaats aan Paik’s videoprojecten zoals Video Flag, Video Funnel en Video Arbor uit de jaren ‘80. Uit die periode stammen ook zijn Robots: experimentele installaties opgebouwd uit beeldschermen. Deze kunnen bijna overal in het museum vrijstaand worden geplaatst. In de jaren ‘80 en ‘90 voegde Paik neon en lasertechnieken toe aan zijn instrumentarium. Ook deze kunstwerken kunnen eenvoudig op verschillende plekken aansluiten op de tentoonstellingszalen. Het vroege werk van Paik, registraties van zijn art performances en zijn voorstellingen met Charlotte Moorman, zijn in de beslotenheid van ‘cubicals’ ongestoord te bezichtigen.

Het bouwvolume volgt de contouren van het natuurlijke heuvellandschap, het natuurlijke landschap wordt zo getransformeerd in een museale ruimte. In een aantal stappen graaft het museum zich in de glooiing van de heuvel. De gevel aan de pleinzijde volgt de curve van de hoogtelijnen. Een ruim voorplein geeft toegang tot het museum. Het voorplein, voorzien van kunstwerken, kan worden gadegeslagen vanaf het beeldenterras op de eerste verdieping van het gebouw en vormt onderdeel van de expositieruimte van het museum.
De gebogen vorm van het gebouw resulteert in een waaiervormige plattegrond. Het gebouw is opgebouwd uit drie gebogen zones: een zone voor service, met parkeren voor bezoekers en kantoorruimte voor personeel, een zone voor verkeersruimte en een zone voor de expositie en de opslag van kunstwerken. De zonering van het gebouw biedt een heldere leidraad voor toekomstige uitbreiding. Servicegangen en zoneringen anticiperen op de distributie van leidingen en voorzieningen in het langere wordende gebouw. De drie zones worden langer naarmate meer van het heuvellandschap wordt getransformeerd tot museum.

Het grid van het gebouw is als het patroon van magneetlijnen. Deze gebogen systeemlijnen reageren op de krommen van de hoogtelijnen van het landschap. Dit stramien wordt doorgezet op het voorplein. De naden in het plaveisel begeleiden als een fuik de bezoekers naar het museum. In een afwijkend patroon is een pad gemarkeerd dat bezoekers naar de entree leidt. Dit pad loopt door in het museum in hetzelfde plaveisel en voert over een luie trap naar boven. De lift naar de verdieping heeft een prominente plek, is ingericht als expositieruimte en biedt daardoor meer dan alleen de overbrugging van een hoogteverschil.
De tentoonstellingszalen zijn grote, multifunctionele, neutrale ruimten waarin de bezoeker naar hartelust kan dwalen. De zalen zijn vrij indeelbaar. Vloer en plafond zijn ontworpen als afneembare, roestvast stalen panelen met een maximale maat van 200 - 300 mm lang en breed. De panelen volgen het gebogen grid van de plattegrond en kunnen waar gewenst worden vervangen door een paneel meteen aftappunt voor stroom of data. De voeding naar de installaties van Paik blijft zo uit het oog.
De belangrijkste expositieruimten liggen in de heuvel en krijgen relatief weinig daglicht. Uitgangspunt is om deze te verlichten met kunstlicht. Zo kunnen de kunstwerken, die vaak hinder van daglicht ondervinden, zo goed mogelijk worden geëxposeerd. Achter de glazen, gebogen gevel staat een hoge flexibele wand, die het daglicht uit de expositieruimte weert. Deze wand schermt een zone grenzend aan de beeldentuin af. Bij slecht weer dient deze als verkeersruimte, van waaruit de beelden op het beeldenterras bezichtigd kunnen worden. Het beeldenterras zelf biedt uitzicht op het plein.

Paiks vernieuwende kunst staat in dit ontwerp in een traditionele, museale context. Paik stelt de technologie van televisie en video in dienst van een artistiek concept. Dit museum biedt dezelfde dubbelheid door een klassiek museale omgeving te creëren met de mogelijkheden van de hedendaagse technologie.
Een museum heeft niet alleen invloed op de locale cultuur via het gebouw, maar is eveneens internationaal aanwezig via bijvoorbeeld het internet. Wij stellen daarom voor videobeelden van het museum uit te zenden op grote schermen in Seoel, Düsseldorf en New York.