Stalen boogbrug over IJssel en uiterwaarden Zwolle

Vanwege de aanleg van de spoorlijn Lelystad-Zwolle is voorzien in een nieuwe spoorbrug over de IJssel en uiterwaarden tussen Zwolle en Hattem. Op deze brug komt de nieuwe lijn samen met de bestaande spoorlijn Amersfoort-Zwolle. De ontwerpopgave bestond uit het landschappelijk herontwerp van het stroomgebied en het ontwerp van een nieuwe spoorbrug.

De nieuwe brug tussen de Geldersedijk en de Schellerdijk wordt circa één kilometer lang en krijgt op het hoogste punt een doorvaarthoogte die voldoet aan de Rijnvaart (9.10 meter boven de maatgevende waterstand). De ervaring en expressie van zowel landschap als brug stonden in de opgave centraal.

De nieuwe brug heeft twee buren: de Katenveersebrug en de A28. De verschijningsvorm van deze bruggen is zeer verschillend: de brug in de A28 gaat als 'betonnen plank' over het water, de Katenveersebrug is een robuuste, stalen boogbrug uit begin vorige eeuw. Beide zijn bedoeld voor autoverkeer. Tussen bruggen voor autoverkeer en bruggen voor treinverkeer bestaan grote verschillen: een spoorbrug dient veel vlakker en stijver te zijn. Bovendien ervaart de treinreiziger de brug vanuit een ander perspectief.

De ontworpen brug staat als individu tussen de bestaande bruggen en verwijst subtiel naar kenmerken uit de omgeving: het beton van de A28 keert terug in de constructie, de boog van de nieuwe brug refereert aan de Katenveersebrug. De ritmiek van de pijlers van de nieuwe brug sluit aan bij de verschijningsvorm van de aanbruggen van de Katenveersebrug. De veel transparantere constructie van de nieuwe brug is echter onmiskenbaar 21e-eeuws.

De brug maakt een soort hink-stap-sprong richting de hoofdoverspanning: de overspanningen worden telkens groter en bieden daarmee plaats aan een eventuele tweede stroomgeul. De climax in de overbrugging is een herkenbare hoofdoverspanning: een boog. De boog, de pijlers en de als zonnestralen geconfigureerde hangkabels benadrukken de positie van de IJssel. Zo ontstaat een duidelijke hiërarchie in het stroomgebied. De boog en hangkabels zijn gematerialiseerd in staal, brugdek en pijlers in beton.

Veel aandacht is besteed aan het zicht. Niet alleen vanuit de omgeving, maar ook vanaf de brug zelf. Uitgangspunt voor het ontwerp van de leuningen vormde het uitzicht van treinreizigers en fietsers.