Het zette hem toch wel aan het denken, toen hij bij een beroepskeuze-test op de middelbare school te horen kreeg dat hij een uitzonderlijk goed ruimtelijk inzicht had. Dat maakt je geschikt voor de architectuur, zeiden ze. Maar geschiedenis vond hij ook erg interessant en dat ging hij dan ook studeren aan de UvA. ‘Maar binnen een half jaar was wel duidelijk dat het niets voor mij was. Elf boeken over de pest in de middeleeuwen, bronnenonderzoek! Heel erg stoffig en gedetailleerd. Ik kon gelukkig nog datzelfde jaar aanhaken bij bouwkunde in Delft.

Na een periode als tekenaar en maquettebouwer bij een architect in Delft solliciteerde hij bij ZJA, vanwege zijn interesse voor grotere en constructief uitdagender ontwerpen. Hij werd meteen in het diepe gegooid: hij ontwierp mee aan de zuidvleugel van de nieuwe Stadion Galgenwaard in Utrecht waar een 110 meter lange spant kwam. ‘Daar moest veel gepuzzeld en opgelost worden. Spannend, maar echt geweldig. Het mooiste is het als al die ingewikkelde opdrachten kunnen worden beantwoord met een eenvoudig ontwerp. Rijke eenvoud dus, die alles doet wat er gebeuren moet.

Bij ZJA voelt hij zich thuis omdat er veel vraag is naar constructieve creativiteit, naar onderzoekend ontwerpen en elegante en eenvoudige oplossingen. De afwisseling van infrastructuur, sportgebouw, brug, stationsgebouw, past goed bij hem.