Muziek is zijn grote liefde, hij speelt saxofoon en overwoog even een loopbaan als musicus, maar minstens even groot was de belangstelling voor natuurkunde. Hoe breng je zulke interesse bij elkaar? Er was een dubbele studie voor nodig, constructief ontwerp en architectuur, dat voor elkaar te krijgen.

In de muziek gaat het ook om verhoudingen, om krachten en structuren, en ook daar is het idee dat schoonheid technisch moet kloppen. In het bouwen, vooral van zoiets als een brug bijvoorbeeld, gaan techniek en schoonheid ook samen.’

Bij ZJA waardeert hij het dat er vanuit de intrinsieke schoonheid van de constructie wordt gedacht, men heeft geen geduld met willekeurige toevoegingen of versieringen. Het liefst zit hij als architect in een bemiddelende rol, om het beste resultaat te bereiken. Dat is het ontwerp waarin techniek en schoonheid elkaar versterken en de manieren waarop de mensen de architectuur gebruiken en beleven zijn meegedacht.