Ze was goed op school en ze werkte hard, maar naarmate ze ouder werd bleek dat haar belangstelling verder ging dan wat de traditionele Chinese school belangrijk vond: natuurwetenschap en economie. Ze kreeg tekenlessen vanaf haar kindertijd en toen haar vader haar bekend maakte met de wereld van de architectuur, schreef ze zich in voor de architectuur studie aan de Technische Universiteit. Ze hield van de manier waarop technologie, cultuur en esthetiek samenkomen in de architectuur.

‘Na mijn bachelor ging ik naar Europa, naar de TU Delft en ontdekte een hele andere wereld. Ik genoot van de openheid en de waarde die men toekende aan innovatie en onderzoek. En ik merkte dat er ruimte was voor wat ik kon inbrengen, namelijk de zachtere kwaliteiten van schoonheid en aandacht voor de menselijke maat, die de technische en efficiënte aspecten aanvullen.’

Ze werkte eerst bij een bureau dat vooral woningbouw deed en kantoren ontwierp. Dat vond ze niet lang interessant, er waren teveel beperkingen en herhalingen. Bij ZJA is het werk veelzijdiger en is er meer ruimte voor innovatie en de schoonheid van een ontwerp.

‘Het allermooist om te ontwerpen vind ik bruggen en gelukkig ontwerpen we die veel bij ZJA.’