‘Ik kan me de tijd niet herinneren dat ik geen architect wilde worden. De kleuterschool waar ik op zat in Turijn, stond naast een prachtig kasteelachtig gebouw. Vanaf de speelplaats keek ik daar naar, betoverd door het prachtige gebouw. Daar bleek de afdeling bouwkunde van de Polytechnische Universiteit gevestigd en dus wist ik meteen zeker, dat wordt het.’

Na de opleiding tot architect in Italiaanse stijl, met een erg historisch, academisch en theoretisch curriculum, wilde ze de culturele en artistieke kant van de architectuur verder verkennen en verkaste ze naar Lyon.

‘Dat was opwindend en leerzaam, ook door de afstand tot mijn eigen land en familie.’ De gang naar de TU Eindhoven bracht alle elementen van de architectuur voor haar bij elkaar. Daar lag de nadruk vooral op de praktijk van ontwerpen en bouwen, en de rol van de architect tussen alle andere disciplines.

Bij ZJA voel ze zich als een vis in het water door de afwisseling van opdrachten, maar vooral door de innovatieve manier waarop wordt gedacht over het vinden van de goede verhouding tussen de grote stedelijke maten van gebouwen en infrastructuur en de menselijke maat.

Oh, en Amsterdam is een heerlijke stad, overzichtelijk en omringd door groen en er is waanzinnig veel cultuur.’