Opgroeiend in Bussum, hardlopend over de hei, leek de toekomst duidelijk. Robin zou violist worden. Zijn middelbare schooltijd deed hij in combinatie met een jong-talent-opleiding voor het conservatorium. 

Een bevlogen kunstdocent bracht hem aan het twijfelen. Door diens kritiek op een werkstuk over een gebouw van Renzo Piano ontdekte hij de rijkdom van de architectuur. Hij koos voor de TU Delft en genoot van de veelzijdigheid en de verbindende rol van de architectuur tussen de vele specialismes.

In de muziek had ik de meeste ervaring met kamermuziek, en daar gaat het net als in de architectuur om zoeken en maken in team-verband. Samen een vanzelfsprekend overkomend geheel maken, maar wel alle details en structuren begrijpen. Dat sociale aspect is belangrijk voor me.’

Voor zijn afstudeerproject bedacht hij een infrastructuur-systeem voor Genua, een stad gebouwd tegen steile rotsen die in transitie is na de verdwijning van de zware industrie. Rechte verbindingen voor voetgangers om de stad nieuw leven te geven.

Bij ZJA voelt hij affiniteit met de aandacht voor infrastructuur en het zoeken naar manieren om duurzamer en circulair te ontwerpen.

‘Ik wil graag in de toekomst meedoen aan onderzoek naar materialen en vooral naar methoden om niet tegen de natuur in, maar om in een symbiotische verhouding met de natuurlijke omgeving en het landschap te ontwerpen.’

Ooit wil hij op het land samen met zijn vriendin een huis ontwerpen en bouwen dat één is geworden met de natuurlijke omgeving. En dan zo veel mogelijk met eigen handen, zegt hij erbij.