De bouwtechnische staat van het Feyenoord-stadion maakte renovatie noodzakelijk. Die gelegenheid is aangegrepen om het stadion aan te passen aan de eisen van deze tijd. Een overkapping over alle tribunes en een losstaand gebouw met extra voorzieningen zijn toegevoegd aan het oude stadion.

Het Feijenoord-stadion is in 1936 gebouwd door Brinkman en Van der Vlugt. Het is een icoon voor zowel de sport- als de architectuurwereld en is inmiddels verheven tot monument. Het bestaande stadion is zo veel mogelijk in stand gehouden. De enige ingrijpende wijziging aan de bestaande tribunes heeft aan de oostzijde plaatsgevonden, om ruimte te bieden aan business units, een nieuwe eretribune en luxere zitplaatsen voor het business publiek. Deze plaatsen zijn via hellingbanen verbonden met het erachter gelegen Maasgebouw. Hoewel niet met die intentie ontworpen, doen deze luchtbruggen enigszins denken aan de Van Nelle Fabriek. Alle staanplaatsen uit de oude tribuneopstelling zijn verdwenen en alle stoelen zijn vernieuwd. Het totaal aantal zitplaatsen bedraagt momenteel 51.000.

De uitermate licht geconstrueerde staalconstructie van de tribunes is karakteristiek voor het oude gebouw. De nieuwe toevoegingen, overkappingen voor de tribunes en het Maasgebouw aan de oostzijde, laten het originele gebouw zoveel mogelijk onaangetast en zijn los ervan ontworpen.

De kap is vormgegeven als een losse schijf die boven de tribunes lijkt te zweven, zoals in het oorspronkelijke stadion de bovenste tribunering lijkt te zweven boven de onderste ring. De constructie van de nieuwe kap is buiten het bestaande gebouw geplaatst, zodat er vanaf de tribune gezien geen kolommen in het zicht staan en de kap vrij kan bewegen. Vanaf de buitenzijde gezien dragen de nieuwe kolommen bij aan de coulissewerking die de constructie van de oude tribunes ook al kenmerkte.

De kap heeft een driehoekige doorsnede en is als een doorlopende ring in de vorm van een ruimtelijke constructie gemaakt. Door de spanten aan de veldzijde met een trekring en aan de buitenzijde met een drukring te koppelen, ontstaat een stijve, vrij uitkragende constructie die momentloos op dunne kolommen aan de buitenzijde is opgelegd. De constructie is vergelijkbaar met een fietswiel dat in de juiste vorm blijft, omdat het onder spanning staat van de spaken tussen de as en de velg.

De veldzijde van het dak is bekleed met aluminiumkleurige platen. De buitenste ring is voorzien van transparante kunststof platen. Hierdoor wordt het effect van een losse, zwevende ring boven het stadion versterkt, met name wanneer de kap 's avonds van binnenuit wordt verlicht. De overkapping watert af in een goot aan de veldzijde van het dak. Vanuit dit laagste punt wordt met zestien pompen, als een polder, het hemelwater omhoog gepompt en langs de buitengevel van het stadion afgevoerd.

Het langwerpige Maasgebouw, dat uitkijkt op het oefenveld, ligt aan de oostzijde van het stadion, parallel aan de langsrichting van het voetbalveld. Het biedt plaats aan alle activiteiten die geen direct zicht op het speelveld in het stadion behoeven, zoals het Feyenoord museum 'Home of History', een restaurant, businesslounges, kantoren, etc. Het gebouw is terughoudend vormgegeven door het te voorzien van een sobere groen glazen gevel, die zo vlak mogelijk is gedetailleerd. Het nieuwe gebouw staat daarmee in scherp contrast met de filigreinstructuur van het oorspronkelijke stadion.

Het project is in samenwerking gerealiseerd met architectenburau Van den Broek en Bakema.

Winnaar De Nederlandse Bouwprijs 1995
Winnaar Staalprijs 1996