De toekomst van sportstadions in het digitale tijdperk
Publicatie in Sportaccom, september 2016

State of the Art, de rubriek over nieuwe ontwikkelingen in de wereld van de sportfaciliteiten, wil deze jaargang geen verbluffende oplossingen presenteren, maar vragen stellen. In deze vierde en laatste aflevering gaan Rein Jansma (ZJA Architecten) en Dirk van Weelden terug naar de fundamenten en vragen zich af: waarom kijken mensen naar sport en wat gebeurt er met ze als ze dat doen? Verandert daar iets aan, nu een digitale mediacultuur steeds meer invloed krijgt op het dagelijkse leven en dus ook op sport? Veranderen sportgebouwen daardoor in de toekomst, of verandert vooral hun gebruik?

Nuchter bekeken is een voetbalwedstrijd, zoals in het liedje van Louis Davids uit de jaren ‘30, toen voet- bal net een volkssport aan het worden was, maar een vreemd gebeuren. Tweeëntwintig volwassenen in korte broeken die op een grasveld achter een bal aanrennen om ertegen te schoppen of richting doel proberen te krijgen met hun hoofd. Er is ook nog iemand met een fluitje die bevelen geeft. Meestal kort nadat spelers elkaar omver geduwd hebben of tegen enkels geschopt heb- ben in plaats van tegen de bal. Twee spelers die zo slim zijn niet achter de bal aan te hollen, mogen er met hun handen aankomen, de rest niet. Ja, behalve als de bal buiten de krijtlijnen rolt. Dat hele theater gaat dan anderhalf uur door, met een theepauze van een kwartier. Zo bekeken is de op- winding op het veld en op de tribune slecht te begrijpen.

Iets vergelijkbaars kun je zeggen over tennis, atletiek, basketbal of turnen. De vraag is wat er gebeurt tussen de ver- richtingen van de atleten en spelers en de toeschouwers. Waaruit bestaat het plezier, de opwinding en de betrokkenheid, die zich ook buiten de wedstrijden om onverminderd laat gelden? Wat trekt mensen precies aan? Ontwerpers en ontwikkelaars die willen inspelen op de snelle ontwikkelingen op het gebied van sport en sportbeleving doen er goed aan te vragen naar de fundamentele drijfveren die maken dat mensen sport volgen. Of het nu bij de korfbalclub van de kinderen is of via elektronische media.

Actief kijken met spiegelneuronen

De eerste drijfveer heeft een fysieke basis. Mensen zijn neurologisch geprogrammeerd de bewegingen van anderen actief te ‘lezen’. Daarmee wordt bedoeld dat zogenaamde spiegelneuronen in onze hersenen geprikkeld worden bij het zien van de betreffende beweging. Uit onderzoek blijkt dat het zien van bewegingen delen in ons brein activeert die met het maken van die beweging verbonden zijn.

Op neurologisch niveau boksen we mee met de boksers in de ring. De delen van ons brein die de armspieren aansturen worden geprikkeld bij het zien van een rechtse hoek. En de spieren zelf worden ook vaak geactiveerd. Of we nu thuis of in een café voor het scherm zitten of op de tribune, lichamelijk bekeken is sport- kijken geen passieve bezigheid. Afgezien van de verhoogde hartslag maken de armen en benen van de toeschouwers ingeslikte sla-, schop-, fiets- en zwembewegingen als het spannend wordt. Daarop volgt het vloeken, op tafel slaan, juichen en schreeuwen, afgesloten met een eventuele polonaise.

Dit hypnotiserende effect van het kijken naar spelers en atleten is de basis voor wat David Foster Wallace in zijn befaamde essay over Roger Federer (‘Roger Federer as Religious Experience’) aanmerkte als de diepste basis van de fascinatie voor sport. Het kijken naar mensen die uitblinken in een sport verzoent ons met het feit dat we lichamen hebben, of preciezer, met het feit dat onze eigen lichamen onhandig, stram, zwak en onvolmaakt zijn. Dat de zwaartekracht, erfelijke belasting, chronische klachten, ouderdom ons neerdrukken.

Met de moeiteloze backhand langs de lijn, de acrobatische omhaal, de onwaarschijnlijke  dunk wordt het latente droombeeld dat tegenover ons besef van lichamelijke beperking staat op slag werkelijkheid! De kwetsbaarheid, het ongemak, de onvrede en de onvolkomenheden die bij ons lichaam horen, en waar we liever niet aan denken, worden voor onze ogen weggevaagd, verslagen, ja, goedgemaakt. Het lichaam is opeens een feest, een explosie van schoonheid en vrijheid. De spiegelneuronen maken dat we tot in de beweging zelf empathisch kunnen zijn met de uitzonderlijke atletische prestaties. En het geluksgevoel is nog groter naarmate we meer ervaring hebben met de bewegingen in kwestie: iemand die na jaren ijverig trainen matig tennist en het spel dus goed kent, waardeert de sublieme ver- smelting van kracht, timing en elegantie in het spel van Federer; hij vereenzelvigt zich er nog beter en gretiger mee. Hetzelfde geldt voor voetbal, golf of zwemmen. Dit is de basis van het begrip ‘sportheld’. Iemand die op basis van een uitzonderlijke sportief vermogen mensen een diep geluksgevoel kan geven, dat het eigen zo beperkte lichaam voor even doet vergeten.

Sport als sociaal theater

De tweede drijfveer die mensen aan sportbeoefening en het bekijken en volgen van sport bindt, is een sociale kracht. Niet alleen praktisch en dagelijks, zoals in het geval van iemand die geboren wordt in een ‘handbalfamilie’, waardoor vrije tijd, vriendschappen, maatschappelijke ervaring en de eerste stappen in de liefde verweven zijn met de sport. Nee, het sociale element speelt juist ook sterk mee als een groepje mensen besluit samen naar het Nederlands elftal te kijken, de tuin versiert, een minitribune bouwt, buren uitnodigt, de frituurpan op het vuur zet en zich in een oranje outfit hijst.

De sociale dimensie van sport reikt van de posters boven het bed, de voetbalplaatjes die geruild worden op school en de felbegeerde shirts van renners en spelers, tot de dracht van sportkleren en -schoenen ook als er helemaal geen sport beoefend of wedstrijden bezocht worden. Het valt moeilijk te ontkennen dat er magische en tribale sentimenten meespelen bij de clubliefde of verering van kampioenen. De krachten die dit vrijmaakt zijn enorm. Nergens is dat beter te zien dan in een stadion of schaatshal. De atmosfeer die ont- staat door het publiek, de interactie tussen sporters en massa kan als de enige toegestane vorm van doping gelden: sociale doping, die spelers en atleten boven zichzelf laat uitstijgen.

De sociale verbinding tussen supporters onderling en hun beleving van sporters en wedstrijden wordt onderkend, niet alleen door de commercie, maar juist ook door beleidsmakers en liefdadigheidsinstellingen. Denk aan de vele initiatieven om door sportbeoefening de gezondheid, de sociale cohesie en de integratie van minderheden te stimuleren. Of aan de populariteit van de Alpe d’Huez, waarop een evenement is gebaseerd waarin amateursporters zich laten sponsoren en geld inzamelen voor de kankerbestrijding.

In de sportaccommodatie van vandaag is de aanwezigheid van grote schermen prominent en op de tribunes zitten de toeschouwers paraat met hun tablets en telefoons om hun eigen waarnemingen in te bedden in een stroom aan gegevens, beelden en commentaren. Op de sportschool, hardlopend in het park of thuis fietsend op de rollerbank voor een televisie met een virtuele Mont Ventoux voor je neus, overal rukken de digitale media op. Online ontstaan loopgroepjes, worden er fietsroutes uitgewisseld, prestaties vergeleken. Wat is het verbindend element in al die uiteenlopende trends en wat betekent die invloed van digitale en online media voor de sportaccommodatie van de toekomst?

Lees het volledige artikel: Dat kan inter-actiever - Toekomst sportstadions in het digitale tijdperk (pdf)

Tekst: Dirk van Weelden in samenwerking met ZJA.

Foto: Philips Belgium Jonas Roosens