De metrostations van de Oostlijn in Amsterdam dateren uit de jaren zeventig, voldoen niet meer aan hedendaagse eisen ten aanzien van sociale veiligheid en vandalisme en zijn dringend aan renovatie toe. De revitalisatie van metrostation Ganzenhoef vormt een 'pilotproject' in de geplande renovatie van zeventien metrostations: de 'MetroMorfose'.

Een aantal metrostations ligt onder de grond, een aantal boven de grond en sommige zijn gecombineerd met NS-stations. Voor de stations geldt als belangrijk uitgangspunt het verbeteren van het gevoel van veiligheid en comfort van de reiziger. Dit wordt bereikt door looproutes zo kort mogelijk te maken, obstakels die het zicht belemmeren te verwijderen en nissen en donkere hoeken te voorkomen. Daarnaast wordt een 'gesloten systeem' ingevoerd: plaatsing van tourniquets bij alle in- en uitgangen van perrons zodat alleen met een geldig kaartje toegang tot het metronet mogelijk is. In het geval van de bovengrondse stations wordt gestreefd naar obstakelvrije perrons. Waar mogelijk worden de stations met een ruimtelijke, kolomvrije constructie overspannen. De zware houten overkapping op massieve kolommen wordt vervangen door een ranke stalen constructie met veel glas in het dak. De perrons krijgen daardoor veel daglicht en worden overzichtelijk en open.

In station Ganzenhoef is de bestaande lift vervangen door een schuin geplaatste glazen lift. De oude lift stond tussen de trappen en belemmerde het zicht tussen hal en perron. De nieuwe lift volgt de helling van de roltrappen om te voorkomen dat boven- en onderaan de lift onoverzichtelijke wachtruimten ontstaan. De verschillende stations zullen qua vorm en materiaaltoepassing verwant aan elkaar zijn, maar toch een eigen identiteit krijgen voor de herkenbaarheid van de afzonderlijke haltes. Naast ingrepen die de stations overzichtelijker maken, zijn extra voorzieningen gepland. Winkels en kiosken zorgen voor meer bedrijvigheid en ook verschillende vormen van moderne media worden ingezet om bij te dragen aan de sociale veiligheid. Voorgesteld is om beveiligingsbeelden die worden gemaakt van reizigers te projecteren op de wanden van de ondergrondse stationstunnel. Op die manier weten reizigers dat er op hen wordt gelet. Dezelfde beamers die de beelden van de beveiligingscamera projecteren kunnen ook worden gebruikt voor het aankondigen van een (culturele) activiteit in de nabijheid van het metrostation.

Nominatie Publieksprijs Zuidoost Architectuurprijs 2010

Opdrachtgever: GVB