Al vroeg ontdekte Rinze het plezier van tekenen en schilderen. Tegelijkertijd was er zijn belangstelling voor wiskunde en natuurkunde. Zijn grootvader, die architect was, maakte hem vertrouwd met de wereld van het ontwerpen die schuilging achter alle gebouwen, bruggen en huizen die je zag. Eventjes heeft hij getwijfeld of hij naar de kunstacademie zou gaan, maar architectuur bood hem toch veel meer, dacht hij.

         ‘Aan de TU Delft ging mijn aandacht vooral naar het gebied waar stedenbouw en bouwkunde elkaar ontmoeten. Naar de stad als geheel kijken, en dan die blik vertalen in ontwerpen die op een menselijke schaal werken. Geen abstracties, maar fysieke ingrepen.’

         Wat hem aan steden het meest fascineert is de manier waarop mensen erin bewegen en elkaar ontmoeten. Als ontwerper richt je je dan op infrastructurele projecten, de publieke ruimtes waar iedereen gebruikt van maakt, zoals stations. Ze moeten functioneel zijn maar ook prettig en veilig, en een gevoel van saamhorigheid oproepen.

         ‘Tijdens een uitwisselingsperiode in Tokio zag ik hoe de stad in Japan gebruikt wordt. Ik ben opgegroeid in een Vinexwijk in Houten, een echte fietsstad. En toch is het dagelijks leven onlosmakelijk verbonden met de auto. In Tokio heeft nog geen kwart van de mensen een auto. In een uur kunnen 30 miljoen mensen ieder ander bereiken met het openbaar vervoer!’

         Bij ZJA komen die interesses hem goed van pas. Net als zijn fascinatie voor het ontwikkelen van parametrische modellen om het ontwerpproces te ondersteunen. Ter compensatie van het harde werk, en om het hoofd helemaal leeg te maken, schildert hij nog steeds. Ook doet hij graag strategische bordspellen en combineert hij tennis en yoga.