Eigenzinnig en vernuftig

Toen ze in 1990 te horen kregen dat hun ontwerp voor het Nederlandse Paviljoen op de Wereldtentoonstelling Sevilla 1992 was uitverkoren realiseerden Moshé Zwarts en Rein Jansma zich al snel dat dit onder andere betekende dat het zaak was samen een architectenbureau op te richten. Dat werd ZJA.

Het was namelijk een forse opdracht en hun ontwerp was op zijn zachtst gezegd atypisch. Een paviljoen op een wereldtentoonstelling is een reusachtige etalage, waar grote menigtes doorheen lopen, en bovendien maar kort in gebruik. Tel daarbij op dat het budget beperkt was en de Expo plaatsvond in de zomer, in Sevilla, een van de heetste pekken in Europa. Zo kwamen Zwarts en Jansma tot een even functioneel als radicaal ontwerp.

Het gebouw bestond uit negen uit stalen buizen geconstrueerde torens waartussen de verdiepingen hingen. Rollende voetpaden namen de bezoekersstroom omhoog over de verdiepingen waar het Nederlands cultuur-landschap werd gevierd en de Nederlandse landbouw en industrie zich lieten zien. Tot op de bovenste verdieping waar in een klimaat-gecontroleerde omgeving schilderijen van befaamde Hollandse meesters te zien waren. Van Rembrandt tot Mondriaan. Met een enkele majesteitelijke roltrap kwamen de bezoekers dan weer beneden in het atrium.

De eerste ontwerpkeuze die gemaakt werd, was om het tijdelijke paviljoen te bedenken als een bouwpakket. Het werd in onderdelen in Nederland vervaardigd en ter plekke geassembleerd. Uiteraard met de bedoeling dat het weer kon worden ontmanteld en ergens anders hergebruikt. Het moest zo licht mogelijk zin en goed te transporteren. Met zijn transparante doeken van geweven kunststof als gevel zag het er even eenvoudig als raadselachtig uit. Je keek er bijna doorheen.

Nieuwsgierig en optimistisch

Het gebouw zag er simpel uit, -critici spraken van een parkeergarage-, maar zat vol vernuftige technieken en nieuwe materialen. Dat Sevilla heet is in de zomer, maar in de nabijheid ligt van meren en rivieren, bracht Zwarts en Jansma op het idee het gebouw zelf-koelend te maken. Als gevel waren speciaal vervaardigde doeken van hoogwaardige kunststof gespannen die permanent bespoten werden met water. De droge lucht deed het water verdampen en koelde zo het interieur. Ook het dak vervulde een koelende functie. Tussen drie stalen dakpanelen werden luchtkussens van een kunststof-folie gespannen. Met een reflecterende buitenkant en een transparante onderkant, een oplossing die licht toelaat, maar ook isoleert en warmte buiten houdt.

Een karakteristiek ontwerp

Het paviljoen in Sevilla is niet alleen een uitgesproken visitekaartje van Nederland, dat zich er toonde als een inventief, zelfverzekerd en nuchter land. Het is ook een ontwerp dat de denk- en werkwijze van ZJA al meteen op een heel uitgesproken manier belichaamde. Die kenmerkt zich door een nieuwsgierige en optimistische kijk op de ontwerp-vragen en een op functionaliteit en omgeving afgestemde uitvindersmentaliteit. Hier is dat meteen te herkennen in de demontabele constructie die op mobiliteit was ontworpen, maar ook in het toepassen van een eeuwenoude koeltechniek dankzij nieuwe materialen en de inzet van experimentele elementen zoals een opblaasbaar dak.

Het is een van de eerste ZJA ontwerpen, maar wijst nog altijd naar de toekomst. Die ligt nog steeds in licht, flexibel en zo mogelijk tijdelijk bouwen, ontwerpen op hergebruik en minimale energiekosten en met oog voor sierlijke en transparante ruimtelijkheid die de gebruiker een prettig gevoel geeft. 

Opdrachtgever: Multi Vastgoed
Jaar: 1992