Klein maar in het oog springend

In een stad kunnen kleine ingrepen soms veel uitmaken. Sommige daarvan hebben hun invloed zonder dat de omwonenden er wat van merken, maar er zijn ook toevoegingen aan de gebouwde omgeving die, hoe klein ze ook zijn, de beleving van een heel gebied bepalen. Dat blijkt het geval bij de bescheiden gebouwen die de bestuurders en conducteurs van het Amsterdamse Gemeentelijke Vervoersbedrijf gebruiken aan het eindpunt van de tramlijnen. Ze herbergen toiletten, een kantine en soms een kantoor/vergaderruimte voor de mensen die verantwoordelijkheid zijn voor het vervoer op de bewuste lijn en leidinggeven aan het GVB-personeel.

Toen bekend werd dat het GVB in de parkachtige omgeving bij de Sloterplas, bij het eindpunt van tramlijn 7 een personeelsgebouw wilde neerzetten, waren de omwonenden bezorgd dat hun zicht op de open en groene omgeving zou worden bedorven. De opdracht was daarom een functioneel gebouw te ontwerpen dat op een inventieve manier opging in de bestaande omgeving, zonder de beleving ervan te verstoren.

De beste camouflage

In het ontwerp dat architectenbureau ZJA maakten voor het GVB is gekozen voor een letterlijk zo groen mogelijk gebouw. Met een groen sedum dak, een in hout-skeletbouw opgezette structuur en zoveel mogelijk begroeide buitenwanden, die met een ingenieus systeem worden bewaterd vanuit een tank met opgevangen regenwater. Een betere camouflage op het gras en tussen de bomen aan de Slotermeerlaan is niet mogelijk. Gezien vanaf de hoger gelegen verdiepingen, en ook voor passanten wordt het zes meter brede en zestien meter lange gebouw een natuurlijk onderdeel van het groene straatbeeld, waar de trams hun keerlus rijden.

Bij de beplanting van dak en buitenwanden is uiteraard rekening gehouden met de dominante windrichting, de zonne-uren en de seizoenen, zodat met zo min mogelijk onderhoud het hele jaar rond alle kanten van het gebouw hun aantrekkelijke en afwisselende begroeiing houden.

Opvallend aan het gebouw is het ritme van de houten verticale elementen, die een paar keer met een verdubbeling de regelmaat van de reeks balken onderbreken. Op een subtiele manier speelt er zo een associatie met vakantiehuisjes, chalets, boerengebouwen mee, die een glimp oproept van het buitenleven.

Zuinig, groen en functioneel

In het oorspronkelijke ontwerp was dit groene GVB huisje bedacht als een modulair systeem, dat groter en kleiner, met meer vergaderruimtes of een grotere kantine kan worden uitgevoerd, en toch steeds dezelfde voorzieningen en hetzelfde uiterlijk biedt. Dat maakt het makkelijk dit ontwerp toe te passen op de vele andere eindpunten van tram- en buslijnen. Omdat er met het oog op de toekomst geen gasaansluiting is, heeft het gebouw een warmte-koudepomp en is het zeer goed geïsoleerd, zodat het zelfs minder stroom verbruikt dan de oude huisjes die wel een gasaansluiting hebben.

Ook al is de eerste indruk van buiten gezien, die van een begroeid houten gebouw, het interieur is door de vensters die van vloer tot dak reiken, voor de gebruikers een heldere en lichte ruimte, die bovendien makkelijk is aan te passen in te toekomst. Het resultaat is een functioneel en prettig gebouw om te pauzeren en te vergaderen, dat door zijn maat, zijn bouwwijze en zijn vormgeving optimaal is ingepast in de groene omgeving. De omwonenden zijn er blij mee en het gebouw maakt deel uit van een project van (verticaal) stadstuinieren dat in de buurt loopt.

Opdrachtgever: GVB
Aannemer: K. Dekker Bouw & Infra
Jaar: 2019

Project: #1096

Foto's: K. Dekker Bouw & Infra