Poortgebouwen aan een nieuw plein

De Utrechtsebaan (de doorgetrokken snelweg A12) doorklieft Den Haag tussen het Centraal Stationsgebied en het Beatrixkwartier. In het masterplan dat in de tijd van de aanleg voor het nieuwe stadscentrum werd ontwikkeld waren de ideeën van de stedenbouwkundige Joan Busquets leidend. De snelweg vormde een grof litteken in de stad, dat zou worden geheeld door een stadsplein te laten ontstaan. Dat is de Grotiusplaats, waar de snelweg verzonken is, en een woon-, winkel- en kantorengebied werd gemaakt met veel ruimte voor voetgangers, overdekte gaanderijen en twee loopbruggen over de Utrechtsebaan.

Aan weerszijden van de Grotiusplaats waren twee poortgebouwen gepland, die over de snelweg lagen. Ze zouden het plein afschermen en de twee stadsdelen verbinden. Architectenbureau ZJA kreeg de opdracht die te ontwerpen.

Kantoorgebouwen als brug en poort

Een poort is een doorgang naar een beschutte ruimte, een brug is een verbinding tussen gebieden die gescheiden zijn door een barrière. De twee kantoorgebouwen aan de Grotiusplaats combineren die twee eigenschappen. Voor de passerende automobilist zijn het poorten, openingen in het stedelijk volume, die zich licht en helder over de verzonken snelweg spannen. Voor de voetgangers zijn het uitnodigende open omgevingen die toegang geven tot het plein.

Onder de vijf verdiepingen met kantoren bestaat daarom een open omgeving met slanke kolommen, glazen gevels, winkels en de toegang tot de kantoren.  Dat geeft hoogte en licht. Vervolgens springt de robuuste vakwerkconstructie met stalen spanten in het oog, die de associatie aan een brug wekt. Aan weerszijden van de weg is een stalen kern herkenbaar. Dankzij de toepassing van dun hoge-sterkte beton voor de bovenste verdiepingen in de draagconstructie, behouden de gebouwen een lichte en slanke verschijning. Het gebouw aan de oostzijde heeft bovenop de vijf verdiepingen nog een toren met extra verdiepingen aan de noordzijde.

Twee verschillende façades

De gebouwen aan de Grotiusplaats hebben opvallend verschillende façades. Beide hebben een glazen vliesgevel aan de kant van het plein, en een met holle baksteen rode tegels beklede gevel aan de andere kant. Niet alleen door die toevoeging van steen en kleur, ook door het naar binnen springen van de gevels achter de vakwerkspanten voegt het ontwerp zich in de stedelijke omgeving. Om de indruk te voorkomen een nietige mier tussen hoge glazen torens te zijn, voorzag het stedenbouwkundige concept ook in z-vormige, trapsgewijs verlopende bouwvolumes. Deze gebouwen zijn ruimtelijk, wat materiaal, vorm en kleur betreft een levendig onderdeel van stad.

De gebouwen hebben een open en licht karakter, maar voegen ook de in het oog springende vakwerkspanten aan de omgeving toe. Diagonalen die in de kernen terugkomen. Bijzonder is dat de stalen vakwerk draagconstructie onbekleed gebleven is. Er werd onderzoek gedaan naar de brandveiligheid, en juist die grote, vrije oppervlaktes aan staal bleken geschikt hun warmte snel aan de omgeving kwijt te kunnen raken in geval van brand, zodat brandwerende bekleding niet nodig was.

Klant: Multi Vastgoed AM
Ingenieur: Grabowsky & Poort
Jaar: 1997

Project: 061