Aan de kust van Zandvoort bestond behoefte aan een extra radarmast voor scheepvaart op zee. Rijkswaterstaat verstrekte Zwarts & Jansma de opdracht voor het ontwerp, dat rekening diende te houden met de bijzondere locatie: de vijftig meter hoge mast staat midden in bschermd duingebied, pal naast het circuit van Zandvoort ter plaatse van de befaamde Tarzanbocht.

Voor de zuiverheid van de meetgegevens van de radarinstallatie is de rotatiestabiliteit van de mast van het grootste belang. Een kleine afwijking in de stand van de mast zorgt voor grote onnauwkeurigheid in de geregistreerde gegevens. Daarnaast vraagt de locatie om een mast die zo min mogelijk aandacht opeist aan de horizon.

Om een zo licht mogelijke mast met een zo groot mogelijke rotatiestijfheid te realiseren is een ruimtelijke constructie voorgesteld die de toren een zo groot mogelijke diameter geeft voor de noodzakelijke stijfheid en toch zo transparant mogelijk is. De toren bestaat uit een stapeling van octaëders, waarvan de zijvlakken bestaan uit ongelijkzijdige driehoeken. Door één been van de rechtopstaande driehoek in het achtvlak langer te maken, treedt een verdraaiing op in de toren. Langs de lange zijde van de driehoek, de rib met de flauwste helling, is de trap geplaatst, die in een spiraal om de toren omhoog draait.

Omdat het grondvlak van de opeenvolgende octaëders kleiner wordt, verjongt de toren naar boven toe. De bovenste octaëder, vlak onder de radarantenne, heeft gesloten vlakken en vormt de behuizing van de installatieruimte. Het platform in de top van de mast zal bij evenementen op de Zandvoortse racebaan dienst doen als camerapositie ten behoeve van een overzicht over het circuit.

De toren is ter plekke samengesteld door middel van grote bouten. De gegoten stalen bollen, de knooppunten, worden kleiner naarmate de mast hoger wordt en de staven dunner. Omdat ter plaatse niet gelast hoefde te worden, konden de onderdelen geheel afgewerkt worden aangevoerd. Alle aansluitingen zijn gelijkvormig, omdat de verhoudingen van de driehoeken in de octaëders overal gelijk zijn en de verjonging naar boven toe regelmatig is. Slechts één enkel principedetail volstond voor de samenstelling van de totale toren.