De integrale aanpak

Tussen de zeehaven van Brugge en de stad Brugge ligt het beroemde West Vlaamse polderlandschap. Dorpen en boerenland, doorsneden door sloten, riviertjes en kanalen, worden omsingeld door de groeiende haven, bedrijventerreinen en snelwegen. Architectenbureau ZJA en landschapsarchitect Bureau Bas Smets zorgden voor het ontwerp en de inpassing van de nieuwe A11 snelweg met alle bijbehorende kunstwerken, die het achterland direct met de zeehaven verbindt.

Het uitgangspunt daarbij was een integrale aanpak, die op meerdere fronten een optimum nastreeft en vooropstelt dat er een gunstige samenhang tussen de elementen is. Een vierbaans snelweg, compleet met een verhoogde rotonde, tunnels, een lang viaduct en bruggen zou een enorme barrière kunnen zijn die dorpen van elkaar scheidt en het landschap verpest. In dit ontwerp zijn juist verdwenen wegen tussen dorpen in ere hersteld, nieuwe verbindingen gelegd en werd 15 kilometer nieuw fietspad toegevoegd. De ingreep maakt het gebied, ondanks de komst van de snelweg, voor bewoners en bezoekende fietsers en wandelaars juist aantrekkelijker en toegankelijker.

De snelweg is ontworpen om zich zoveel mogelijk aan te passen aan het landschap. Dat gebeurt door bijvoorbeeld bij kruisingen de weg te verdiepen, deels afgesloten in tunnels, deels in open sleuven met wijkende wanden. Door de havenrand te laten begroeien, langs secundaire wegen rijen olmen en wilgen aan te planten en door een hoog en slank ontworpen viaduct met wijde overspanningen, zodat het zicht over de polder intact blijft.

Door rekening te houden met ecologische verbindingen, de verschillende functies van waterwegen en de invloed van de seizoenen op de waterstand verstoort de A11 het cultuurlandschap zo min mogelijk. Rijden over deze comfortabele en veilige verbindingsweg tussen haven en achterland biedt een aantrekkelijke ruimtelijke ervaring, die een overzicht over het oude landschap combineert met de indruk er deel van uit te maken.

Twee verschillende bruggen

Bij de passage van de snelweg over het Boudewijnkanaal, parallel aan de spoorbrug, zorgt een beweegbare brug ervoor dat ook grote binnenschepen Brugge kunnen bereiken. De brug heeft een dubbel dek, net als het lange viaduct dat de weg naar een hoogte van 15 meter brengt. De brug heeft een zo slank en licht mogelijk ontwerp, waarin de horizontale lijnen domineren. Een karakteristiek patroon van verschillende driehoeken in wit staal maken van de brug een herkenbare blikvanger.

Het bijbehorende viaduct zoekt de uitersten van de technische mogelijkheden op om visueel zo weinig mogelijk storing te veroorzaken. De kolommen zijn maar zeventig centimeter dik en staan 35 meter uit elkaar. Dat was alleen mogelijk door het beton van de kolommen en dek tegelijkertijd, aan elkaar vast, te storten. Een hoogstandje, waardoor een zeldzaam open beeld is ontstaan.

De andere brug laat zien dat een smalle weg voor lokaal verkeer die een kanaal kruist (hier het Leopold- en Schipdonkkanaal) een heel andere benadering vraagt. De nieuwe weg naar Heist gaat via een brug het kanaal over die een zo dun mogelijk dek heeft met afgekante randen en steunt op ronde, smalle kolommen, die onder een flauwe hoek staan. Van een afstand wordt duidelijk dat die kolommen de maat en het onderlinge ritme nabootsen van de populieren langs het kanaal. Een fijnzinnig visueel rijm dat de brug nog lichter lijkt te maken.

Een wonderlijke rotonde

Vlak bij het einde van de A11, bij Westkapelle, bij de aansluiting op de N49, moest een rotonde komen om het verkeer naar Antwerpen, naar Sluis en Knokke-Heist te scheiden. Om de belasting voor de omgeving te minimaliseren is hij ontworpen als een verhoogde rotonde, die lokale weg, fietspaden en waterwegen ongemoeid laat. De watergang die zich onder de rotonde door kronkelt zal in de winter en lente hoog staan, en daar is ruimte voor gelaten, zodat er een wadi-achtig milieu kan ontstaan.

Voor fietsers is de rotonde wonderlijk genoeg ook geen obstakel, integendeel, ook zij kunnen ruim passeren en alle richtingen kiezen. De onderdoorgangen hebben lichte en wijkende wanden, zodat er veel daglicht binnen kan vallen en het gevoel in een tunnel te rijden wordt vermeden. De nabijheid van het water, de rietkragen en de vergezichten langs en onder de autoweg maken dat de rotonde geen onderbreking is van de ervaring door de West Vlaamse polder te fietsen. En voor het lokale verkeer en de wandelaars ligt de oude weg er nog steeds, langs de vaart, langs de hoeven en door de velden, omzoomd door de olmen die ruisen in de bries van zee.

Awards
Dubbele beweegbare brug over het Boudewijnkanaal: nominatie - Staalbouwwedstrijd 2018 België

Klant: Via A11 NV
Opdrachtgever: THV EPC Via Brugge (JAN DE NUL, VAN LAERE, Willemen Infra, ACLAGRO en Franki Construct)
Adviesbureau: Sweco Belgium
Landschapsarchitect: Bureau Bas Smets
Jaar: 2017

Project: #647           

Foto's: Sweco België, Agentschap Wegen en Verkeer, Infosteel en MTC Via Brugge