Monument als verkeersknooppunt

Ook gebouwen kunnen familie van elkaar zijn. Het station Amsterdamse Centraal is het alledaagse, praktische kleine zusje van de deftige en kunstzinnige dame die het Rijksmuseum is. Ze lijken sterk op elkaar, en hebben dan ook dezelfde vader. Pierre Cuypers dacht met het station in het noorden en het museum in het zuiden van de stad twee nieuwe toegangspoorten voor Amsterdam te bouwen. Behalve een monument uit de tijd van de industriële wederopstanding van de stad eind 19e eeuw, is het station een verkeersknooppunt van nog altijd groeiend belang. Het treinverkeer en ander openbaar vervoer zullen de komende jaren nog zoveel toenemen dat het station, ook al hebben er recentelijk veel moderniseringen plaatsgevonden, toch weer toekomstbestendig moet worden gemaakt.

Meer ruimte

De vernieuwing van station Amsterdam Centraal, onderdeel van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS), waarbij architectenbureau ZJA, samen met Braaksma & Roos Architectenbureau en IGG betrokken is, heeft twee uitgangspunten. Het eerste uitgangspunt is het scheppen van ruimte en visuele samenhang. De modernisering van het station is nodig, omdat grotere groepen reizigers met een hogere frequentie zullen worden vervoerd. Daarvoor zijn bredere perrons nodig. En dat leidt tot complexe ingrepen zoals het verplaatsen van de trappen. De bredere trappen bij de vernieuwde oosttunnel zullen bovendien de karakteristieke fundamenten van de historische spanten bloot leggen. In het ontwerp voor het vernieuwde Amsterdam Centraal geldt dat niet alleen voor het Cuypers-gebouw zelf. Ook de stalen stoomkap van L.J. Eijmer (1889) en de in 1922 aangebouwde tweede overkapping, zijn monumentale elementen die weer zichtbaar en dichterbij de reizigers worden gebracht. In dit ontwerp ligt de nadruk niet op het toevoegen van architectonische elementen, maar eerst en vooral op het maken van ruimte en het brengen van samenhang in wat er al aanwezig is. De smalle en verwaarloosde oosttunnel wordt verbreed en opnieuw ingericht met de nieuwe middentunnel als leidraad. Zo wordt een vloeiende aansluiting tot stand gebracht op het oude Cuypersgedeelte.

Door het verplaatsen van de trappen en roltrappen zal ook de westtunnel worden verbouwd met de middentunnel als voorbeeld. De donkere hoekige en metalen vormgeving uit de jaren tachtig maakt plaats voor lichte kleuren en accenten bij de trappen. Een van de drukste punten op het station is het knooppunt waar de westelijke tunnel toegang geeft tot de perrons 1 en 2 en overgaat in het oude Cuypersgebouw. Dit deel van het station zal ook volledig opnieuw worden ingedeeld om ruimte te maken en doorstroom van het voetgangersverkeer te verbeteren.

Schoonheid terugbrengen

Het tweede is dat het monumentale gebouw waar dat mogelijk is bevrijd moet worden uit de toevoegingen en aanpassingen uit de tweede helft van de 20e eeuw. Er is al veel gerestaureerd en in oude glorie hersteld, maar nog lang niet alle schoonheid van het monument is zichtbaar. Allereerst geldt dat voor het oude Cuypersgedeelte, waar de gemetselde bogenconstructie aan de voorzijde in zijn geheel zal worden blootgelegd en gereconstrueerd waar die was verdwenen.

Samenhang en overzicht

Het resultaat van de totale ingreep moet zijn dat een reiziger op station Amsterdam Centraal meer samenhang en overzicht ervaart, een lichtere en prettiger ruimte betreedt en tegelijkertijd een beleving krijgt aangeboden van de materialen, de architectuur en de schoonheid van het monumentale gebouw.

Architect: ZJA
Opdrachtgever: ProRail

Restauratie architect: Braaksma & Roos Architectenbureau

Bouwkosten adviesbureau: IGG
Ingenieursbureau: Arcadis
Jaar: 2017 - lopend

Project: #1037